Naar inhoud

Artikel: Kiemen als Oervoeding: Hoe Sprouts (Wél of Niet) Passen in een Voorouderlijke Leefstijl

Kiemen als Oervoeding: Hoe Sprouts (Wél of Niet) Passen in een Voorouderlijke Leefstijl

Kiemen als Oervoeding: Hoe Sprouts (Wél of Niet) Passen in een Voorouderlijke Leefstijl

Primal, voorouderlijk, ancestral, paleo, oer: allemaal hippe termen die je tegenwoordig ziet, maar die allemaal neerkomen op leven en eten volgens oude principes uit de tijd zonder bewerkt voedsel. Wat past daar wel bij en wat niet?

Kiemen, bijvoorbeeld, zijn zo’n categorie eten waar je óf helemaal in zit, óf totaal niets mee hebt. De een strooit ze enthousiast over elke salade, de ander loopt er in de supermarkt zo aan voorbij, alsof het alleen bedoeld is voor yoga-influencers en konijnen. Maar zodra je een beetje in lijn van onze evolutionaire voorouders begint te eten, duikt vroeg of laat dezelfde vraag op: passen kiemen hier eigenlijk in? En zoals vaak is het antwoord nét wat ingewikkelder dan een simpel ja of nee.

Aten onze verre voorouders kiemen?

Kiemen ("sprouts") lijken op het eerste gezicht misschien niet helemaal thuis te horen in een voedingspatroon dat de evolutie als uitgangspunt neemt. Hierbij draait het tenslotte vooral om voedsel dat dicht bij zijn oorspronkelijke vorm staat: vlees, vis, eieren, groenten, fruit, noten, wortelknollen en af en toe wat honing.

Kiemen werden echter al lang vóór de komst van bewerkte voedingsmiddelen gegeten. In verschillende oude culturen maakte men gebruik van gekiemde zaden vanwege hun beschikbaarheid, voedingswaarde en houdbaarheid. In China werden bijvoorbeeld al meer dan 3.000 jaar geleden mungbonenkiemen gebruikt, zowel als voedsel als in traditionele geneeskunde. Ook in het Midden-Oosten en delen van Afrika liet men granen en peulvruchten kiemen om ze beter verteerbaar te maken en om meer voedingsstoffen te benutten. Kiemen waren praktisch: ze konden zonder landbouwgrond worden geproduceerd, groeiden snel en vormden een voedzame aanvulling in tijden van schaarste. Kiemen, kortom, maken deel uit van een zeer oude voedingsgeschiedenis.

Tussenpositie

In tegenwoordige evolutie-bewuste dieetvormen nemen kiemen een soort tussenpositie in. Ze zijn zaden, maar niet meer in hun beschermde, “verdedigde” vorm. Zodra een zaad begint te ontkiemen, verandert het in een jong plantje met een compleet ander voedingsprofiel: minder remstoffen, meer vitamines, andere enzymactiviteit en een betere verteerbaarheid. Dat maakt dat veel kiemen – vooral die van groenten – opvallend goed passen binnen een oerdieet benadering, terwijl andere (zoals peulvruchtkiemen) juist wat meer nuance vragen. Kortom: kiemen horen niet tot de klassieke oervoeding, maar kunnen wél een moderne, "ancestral"-consistente aanvulling zijn — mits je weet welke soorten bij je passen.

Wat kiemen eigenlijk zijn (en waarom dat belangrijk is)

Een kiem is gewoon een zaadje dat wakker wordt. De harde korst breekt open, het embryootje begint te groeien, en precies dat prille plantje eten we op. Dat kiemproces is de sleutel tot het hele verhaal. Want zodra een zaad ontkiemt, verandert de chemie compleet:

  • Het zaad zet een deel van zijn suikers om in vitamine C.
  • Anti-nutriënten zoals fytinezuur (en in het geval van granen ook lectinen) beginnen af te nemen.
  • Antioxidanten en zwavelhoudende stofjes nemen juist toe.

Je eet dus niet langer het ‘verdedigde’ zaad, dat vol zit met stoffen die bedoeld zijn om dieren en schimmels op afstand te houden, maar een jong, groeiend plantje dat vooral voedingsstoffen vooruit duwt.

Wat hebben oer-eters aan kiemen?

Kiemen zijn een interessante aanvullingsoptie voor veel bewuste eters. Omdat tijdens kieming het gehalte aan vitamine C toeneemt en dat van anti-nutriënten afneemt, worden mineralen zoals magnesium, zink en ijzer beter opneembaar. Voor wie veel groenten, vlees en noten eet, bieden kiemen een extra bron van bioactieve stoffen zoals glucosinolaten in broccoli- en radijskiemen, die het lichaam ondersteunen met antioxidatieve en ontstekingsremmende effecten. Ook bevatten kiemen enzymen die de spijsvertering bevorderen, waardoor de opname van voedingsstoffen uit je maaltijden efficiënter kan verlopen. Het eiwit in kiemen is ook makkelijker verteerbaar dan dat in het onontkiemde zaad: opgeslagen zaadproteïnen worden tijdens de kieming afgebroken tot vrije aminozuren, waardoor essentiële aminozuren beter beschikbaar zijn. 

Een en ander hangt wel af van het type kiemen.

De absolute toppers: groentekiemen

Hier zitten we in de veilige zone. Broccoli-, radijs-, rucola- en zonnebloemkiemen zijn bijna altijd een makkelijke ‘yes’. Vooral broccoli-kiemen zijn eigenlijk een soort mini-superfood: extreem hoge concentraties van bepaalde beschermende zwavelstoffen die je nauwelijks zo rijk aantreft in de volwassen groente. Ze passen perfect in een eetstijl die terug naar de evolutionaire basis gaat: veel plantkracht, alles lekker vers en actief. Als je ergens wilt beginnen, begin dan hier.

De verwarring rond graankiemen

En dan hebben we de categorie die altijd voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt: graankiemen. "Maar granen zijn toch geen oer-voedsel?" hoor ik mensen dan zeggen. Klopt. Maar let op: bij kiemen eet je niet het graan, maar het plantje dat uit het graan groeit. En dat verschil is groter dan het lijkt. Wanneer een graankorrel ontkiemt:

  • Lectinen, de ‘beschermingswapens’ van het zaad, dalen snel in de eerste dagen.
  • De glutenachtige eiwitten (zoals gliadine en glutenine) zitten vooral in de zetmeelrijke endospermlaag van de korrel, niet in de spriet die eruit groeit. Het kiemplantje bestaat veel meer uit vezels en jonge plantcellen dan uit die beruchte graaneiwitten.
  • De kiem gebruikt de voedingsstoffen van de korrel om zichzelf op te bouwen, waardoor de meeste ‘probleemstoffen’ achterblijven in wat je niet opeet.

Betekent dit dat graankiemen ineens superfood zijn? Helaas. Je eet vooral vezels en water met een klein beetje vitamines. Qua micronutriënten zijn ze lichtgewicht vergeleken met echte groente. Maar ze zijn wél veel minder problematisch dan het graan waar ze uit komen.

De lastige categorie: peulvruchtkiemen

Hier moet je écht even opletten. Terwijl graankiemen hun defensieve stoffen snel afbouwen, houden peulvruchten vaak koppig vast aan saponinen, de natuurstoffen die je darmwand kunnen prikkelen of doorlaatbaarder kunnen maken. Alfalfa is hier het bekendste voorbeeld van: zeer populair, maar ook behoorlijk rijk aan saponinen, simpelweg omdat het familie is van de boon.

Dus ja, peulvruchtkiemen zijn milder dan ongeweekte bonen, maar ze blijven oerdieet-technisch in het grijze gebied hangen. Voor veel mensen is het gewoon niet ideaal.

En dan nog even het hygiëneverhaal

Kiemen groeien warm en vochtig, precies het paradijs waar bacteriën zoals E. coli en salmonella óók graag op vakantie gaan. Vooral kant-en-klare bakjes bonen- en alfalfakiemen uit de supermarkt zijn berucht. Zelf kiemen is meestal veiliger: dagelijks spoelen, schone potten, en een beetje gezond verstand. Zo simpel kan het zijn.

Hoe je kiemen het beste gebruikt

De beste manier om kiemen te zien, is als een frisse, levendige toevoeging aan je bord:

  • door de omelet
  • op een gegrild stuk vlees of vis
  • in een salade
  • over een bowl met groenten
  • op een broodje (als je niet oer-strikt eet)
  • of gewoon als knapperige finishing touch

En: eet ze vooral rauw. Dan krijg je het meeste mee van die nieuwgevormde voedingsstoffen.

Dus: passen kiemen in een "primal" leefstijl?

Samenvattend:

Volop aanbevolen: groentekiemen (broccoli, radijs, rucola, zonnebloem)

Meestal oké, vooral niet spannend: graankiemen (veel minder anti-nutriënten, weinig gluten, maar ook weinig voedingswaarde)

Twijfelgeval: peulvruchtkiemen (nog steeds saponinen, voor sommigen problematisch)

Beste optie: zelf kiemen (verser, veiliger, vaak smakelijker)

Bottom line: kiemen zijn geen simpele “wel of niet” categorie binnen het voorouderlijk dieet-paradigma. Maar met een beetje kennis kun je ze heel gerust inzetten. Groentekiemen zijn absolute winnaars, graankiemen zijn verrassend mild, en peulvruchtkiemen zijn de categorie waar je even echt moet inschatten hoe je darmen erop reageren. Wat mij betreft: kiemen horen gewoon in je keuken, vooral als je van vers, knapperig en voedzaam houdt: precies waar oorspronkelijk eten om draait.

Diederik Jansen

Learn More

Read more

“Geen Granen?” – De Kleine Keuze Die Grote Discussies Uitlokt

“Geen Granen?” – De Kleine Keuze Die Grote Discussies Uitlokt

Wie besluit granen uit het dieet te schrappen, ontdekt al snel dat niet alleen het eten verandert, maar ook de gesprekken eromheen. Een broodje laten liggen of een wrap vervangen door een salade kl...

Meer informatie
L-carnitine: Sportersdingetje, of is er meer over te zeggen?

L-carnitine: Sportersdingetje, of is er meer over te zeggen?

Van L-carnitine maak je zelf een beetje aan (zo’n 15-30 mg per dag) en je haalt ook nog wat uit vlees en vis. Maar bij een plantaardig dieet, bij ouder worden of als je hard traint is dat soms te w...

Meer informatie